Blog #7 4 Tips om een bewogen foto te voorkomen.

Heb je vaak last van bewogen foto’s? Dat is natuurlijk super vervelend en dat wil je ten alle tijde voorkomen. In deze blog geef ik je 4 tips om bewogen foto’s te voorkomen.

In mijn blog over bewegingsonscherpte voorkomen vertel ik je waar beweging in een foto door ontstaat. De sluitertijd heeft hier de grootste rol in. Als je sluitertijd snel genoeg is, zul je geen last hebben van beweging in beeld. Maar soms ontkom je niet aan een langere sluitertijd vanwege het feit dat er te weinig licht aanwezig is.

Tip #1 De sluitertijdvoorkeuze

Iedere digitale camera die je zelf kunt instellen (ook compactcamera’s) hebben een sluitertijdvoorkeuze. Deze kun je gebruiken om zélf de sluitertijd te controleren. Je stelt dus zelf je sluitertijd in, maar je camera doet de rest! Dat wil zeggen dat je camera het diafragma en de ISO zelf instelt. Hierdoor zul je altijd een aardig belichte foto uit je camera krijgen. Maar hoe pak je dat aan? De meeste camera’s hebben een programmakeuzewiel bovenop de camera (zie foto). Heb je dit niet? Dan is het mogelijk dat je jouw camera niet zelf kunt instellen óf je vindt dit in het menu van je camera. Raadpleeg eventueel de gebruiksaanwijzing als je het niet kunt vinden.

Afhankelijk van welk merk camera je hebt draai je dit wiel naar de S of Tv (Shutter of Time Value). Achterop je camera, op het camerascherm kun je nu je sluitertijd instellen. Draai met je instelwiel en kijk of je de sluitertijd ziet veranderen. Je herkent de sluitertijd aan een breuk zoals 1/250 (zie foto). Zie je dit niet in beeld? Druk dan een paar keer op de DISP (display) of Info knop tot de sluitertijd wel op je camerascherm verschijnt. Zet de sluitertijd op 1/250e, dit is een mooi uitgangspunt om te beginnen. Probeer nu een paar foto’s te maken om deze sluitertijd uit te testen.

Een paar punten om te onthouden als je je sluitertijd instelt:

  • Het brandpuntsafstand van je lens is leidend, fotografeer je op 100mm? Dan moet je sluitertijd minimaal 1/100e zijn.
  • Als je uit je hand fotografeert moet je minimaal met een sluitertijd van 1/60e fotograferen. Dit is vaak de max dat je uit je hand een ongewogen foto kunt maken.
  • Een snelle (korte) sluitertijd zorgt ervoor dat er geen beweging in beeld te zien is, maar laat ook minder licht op je sensor vallen (de foto wordt dus donkerder).

Tip #2 Gebruik een statief of stabiele ondergrond

Tja, deze is natuurlijk een beetje flauw, maar een statief voorkomt een bewogen foto nou eenmaal. Let er hier wel bij op dat als je geen stevig statief hebt, wind alsnog voor beweging kan zorgen omdat het statief beweegt en daardoor de camera dus ook. Een statief werkt ook niet als de ondergrond beweegt, het statief wegzakt in de grond of je onderwerp heel beweeglijk is. Heb je geen statief of heb je ‘m niet bij je? Kijk dan of je een stabiele ondergrond zoals een paaltje kunt vinden om je camera alsnog op te zetten zodat dat als statief kan dienen.

Zet je camera in de zelfontspanner van 2 seconde (of wat er in jouw camera in te stellen is qua tijd). Dit zorgt ervoor dat je je handen van je camera af hebt voor er een foto wordt gemaakt. Hierdoor sluit je beweging van het indrukken van de ontspanknop ook uit.

Tip #3 Flitsen

Flitsen zorgt ervoor dat je onderwerp bevriest. Het flitslicht belicht je onderwerp heel kort en alleen dat wordt geregistreerd. Hierdoor is je onderwerp bevroren in beeld, ook als je een lange sluitertijd hebt ingesteld. De snelheid van de sluitertijd bepaald dan alleen nog hoeveel omgevingslicht er in je foto valt. Heb je een snelle sluitertijd? Dan zul je weinig tot niks van de omgeving zien. Heb je een langere sluitertijd ingesteld? Dan zal de omgeving ook te zien zijn.

Tip #4 Panning

Panning is een techniek waarbij je je camera meebeweegt met je onderwerp. Stel er komt een fietser langs gefietst, dan volg jij die fietser met je camera en tijdens het volgen maak je een foto. Simpel gezegd gaat je camera net zo snel als het onderwerp waardoor je onderwerp ‘bevroren’ in beeld komt. De achtergrond in de foto wordt dan een veeg/waas. Als de sluitertijd té lang wordt lukt dit helaas niet meer. Je zult moeten spelen met welke sluitertijd het meest geschikt is in een bepaalde situatie.

Panning is niet heel makkelijk, maar oefening baart kunst dus blijf vooral proberen! Probeer verschillende sluitertijden uit en ook de snelheid waarin je de camera ‘meetrekt’ kun je in variëren.

In deze foto zie je dat de achtergrond een lichte veeg is, terwijl de paarden en hun ruiters niet bewogen zijn.
Leuk weetje: deze foto heb ik gemaakt voor mijn afstudeerproject ‘Paard en Mens’ van de studie Fotonica.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vind je het lastig om een bepaald merk of type te kiezen? Na het lezen van deze gids zul je een veel duidelijker beeld hebben van wat er op de markt te koop is, en welke camera én lenzen bij jou passen.
Hulp nodig bij
het kopen van een camera?

GRATIS
EBOOK

In deze gids leg ik je uit waar je op moet letten en help ik je om uit te zoeken welke camera voor jou geschikt is.